Skip to content
Home » Algemeen » Houtrookschade: “Aannemelijkheid moet in de rechtbank voldoende zijn”

Houtrookschade: “Aannemelijkheid moet in de rechtbank voldoende zijn”

Luchtfonds - rechter

Spelen advocaten, rechters en gemeenten als handhavers stommetje? Ze kunnen weten dat vrijwel geen stookgedupeerde ooit afdoende kan bewijzen dat hij doodziek is geworden door die ene houtkachel van die aanwijsbare buren. Zulks slechts aannemelijk maken, zou voor rechters dus voldoende moeten zijn om gedupeerden bij rechtszaken in het gelijk te stellen.

Vervolgens is het aan de stookgedupeerde om verder te procederen. Eist zij/hij een volledig stookverbod of aangepaste stookmethoden van de buren op laste van een dwangsom bij elke nalatigheid? Wenst de stookgedupeerde financiële genoegdoening voor geleden schade? Als de klager kan aantonen dat herhaalde gesprekken met buren en/of andere acties niet hebben geleid tot enige verlichting van de stookoverlast, zou toch zeer wel denkbaar moeten zijn dat rechters smartengeld toekennen aan gedupeerden, tenminste als de aannemelijkheid met een dossier extra kan worden ondersteund.

Vier vragen en antwoorden over aannemelijkheid:

1. Hoe toon je stookschade aan?

Zwarte aanslag op de tegels, muren of de longen. Metingen van de luchtkwaliteit rond het huis van de klager. Ze worden nu eigenlijk niet of nauwelijks serieus genomen als wettig bewijs van (ernstige) houtstookoverlast. Roetdeeltjes op vensterbanken en het balkon: ze zijn voor rechters niet overtuigend genoeg. Hoesten, keelpijn, hoofdpijn als er gestookt wordt: je kunt het noemen in de rechtbank, maar als bewijs lijkt het zo goed als waardeloos.

Is het door houtrook van de buren onmogelijk in jouw tuintje te werken of op jouw terras te verpozen? Wordt elke avond in jouw huis vergald door een allesverzengende rooklucht die van de buren komt? Probeer maar eens bewijsbaar te maken hoe groot de aantasting van jouw vrijheid is… Bovendien: van welke van de vele kachels om jouw heen komt de rook eigenlijk die jouw welbevinden keer op keer aantast?

2. Wat is de veilige ondergrens?

Elke ter zake kundige wetenschapper of longarts kan het vertellen: bij houtstook is het net als bij roken. Een veilige ondergrens van ingeademde rook bestaat niet. Eén sigaret kan een ernstige aandoening veroorzaken. Kan, met nadruk op kán. Met zichtbare en onzichtbare stookdeeltjes, of andere rommel die ruikbaar en zichtbaar volop wordt verstookt in veel buurten, is het idem dito. Een veilige ondergrens voor lijf en leden is er voor houtrook simpelweg niet. De verspreiding van allerlei toxische stoffen is bovendien al snel duizenden keren ernstiger dan de stoffen die vrijkomen bij het oproken van een heel pakje sigaretten.

In een heel grijs verleden verklaarde een GGD-arts onder ede een boodschap met bovenstaande strekking ten overstaan van een rechter. Op grond van deze verklaring zijn destijds de nodige stookverboden opgelegd én gemeenten gemaand tot handhaving. Door politiek gekonkel, belangen op het gebied van de energietransitie én biomassa alsmede grote druk van de kachellobby kwam aan uitspraken ten gunste van stookgedupeerden een einde.

Hoewel de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn uiterste best deed helemaal af te komen van het wetsartikel, is overlastgevende (dus feitelijk alle) houtstook nog altijd formeel niet toegestaan. Zo staat het namelijk vrij vertaald in het Bouwbesluit: “Het is verboden vanaf een bouwwerk, erf of terrein op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof te verspreiden of voor de omgeving op hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of vocht of irriterend materiaal te verspreiden.”

De passage is door de politiek tot een dode letter verklaard, omdat er andere belangen prevaleren. Je kunt wel stellen dat sindsdien zo’n beetje alle VNG-gemeenten nalatig zijn als het om dit wetsartikel gaat. Met allerlei uitvluchten verzaken gemeenten: ze staan feitelijk oogluikend toe dat duizenden inwoners sterven en honderdduizenden ziek worden door toedoen van medeburgers. Je kunt je afvragen of gemeenten, bij wie de handhaving volgens de Raad van State formeel berust, ooit gedaagd zouden moeten worden vanwege het verzaken van hun zorgplicht.

In elk geval: dat van hinderlijkheid en schadelijkheid sprake is bij houtstook, lijdt geen twijfel. Lees de periodieke meldingen van stookgedupeerden op onze website er maar op na. Minstens zo overtuigend zijn de Nederlanders, zeker ruim één miljoen, die in onderzoek aangeven dat zij kampen met (ernstige) gezondheidsklachten als direct gevolg van houtstook in hun nabije omgeving. Het gegeven dat voor houtrook géén veilige ondergrens bestaat voor lijf en leden, is in elk geval net zo hard als de schade die tabak aanricht. Ook de gezondheid van Nederlanders die hun ogen hiervoor sluiten, zelf stoker of niet, loopt geheid (ernstige) schade op.

3. Er is toch voldoende ondersteunend bewijs? 

Het zou aldus voortaan voldoende moeten zijn dat de klager bij een rechter via dossiervorming aannemelijk maakt dat hij door houtstook in zijn directe omgeving (ernstig) is gedupeerd. Wel zal natuurlijk de gedupeerde in zijn omgeving onderzoek moeten doen naar de vermeende veroorzakers. Aan de andere kant: ook het aanklagen van de grootst geachte veroorzaker zou afdoende moeten zijn. Immers, indien de gedupeerde in het gelijk wordt gesteld door de rechter, zal dit ook andere stokers in de buurt tot actie nopen.

Het overleggen van een dossier dat in zijn directe omgeving op overlastgevende wijze hout wordt gestookt, zou voldoende moeten zijn om in eerste aanleg aannemelijk te maken dat hierdoor sprake is of kan zijn van ernstige gezondheidsklachten en aantasting van de bewegingsvrijheid en het welbevinden. Vrijwel onmogelijk is het om sluitend bewijsbaar te maken aan wélke stoker wélke specifieke klachten zijn toe te schrijven.

Zeker, er zijn objectieve normen om de luchtkwaliteit te meten en dus overschrijdingen vast te stellen. Echter: hyperlokaal en op huisnummer is dit uiterst lastig, onder meer omdat sprake is van allerlei achtergrondvervuiling zoals autoverkeer, industrie, andere stokers enzovoorts. Dat het bijna ondoenlijk is om de aanwijsbare bron van vervuiling te detecteren, blijkt ook uit de oneindige zoektocht naar geëigend instrumentarium. Al sinds de jaren-1980 wordt gepoogd bruikbare methodes te ontwikkelen. Het is er nog altijd niet. Methodes die wèl voorhanden zijn, zijn erg kostbaar of te ingewikkeld voor bijvoorbeeld een lokale milieudienst. Ook op dit moment loopt een zoektocht naar meetmethodes: het heeft alle schijn van de zoveelste poging van onze overheid nieuw, stringenter beleid zolang mogelijk voor zich uit te schuiven.

Privé gedane metingen met an sich simpele apparatuur kunnen natuurlijk altijd worden ingebracht als aanvullende ondersteuning van ‘aannemelijkheid’. Maar ter ondersteuning van het aannemelijk maken zou de ‘bewijsvoering’ ook kunnen bestaan uit foto’s en video’s, bijvoorbeeld ook van zwarte gordijnen, geblakerde muren/tegels en/of roetdeeltjes in en om het huis van de gedupeerde. Ook is ondersteunend bewijs van (huis)artsen denkbaar. Ons zijn verhalen bekend van mensen die op vakantie lopen als een kievit, maar eenmaal thuis weer onmiddellijk lichamelijke klachten ontwikkelen die zij wijten aan de houtstook om hen heen. Zelfs zijn er huisartsen die cliënten uit hun huis hebben laten evacueren, omdat de stookoverlast potentieel acuut levensbedreigend was. Hun verklaringen kunnen waardevolle ondersteuners zijn.

Ook vertaalde passages uit het wetenschappelijke overzichts-rapport The Harmful Effects of Wood Smoke, waarin tal van ziektes worden gelinkt aan houtstook, kunnen onderdeel uitmaken van het dossier. Rechters zien bij voorkeur graag werk van Nederlands wetenschappelijk onderzoek, maar omdat het gaat om aanvullend ‘bewijs’ kan deze bloemlezing van internationaal wetenschappelijk onderzoek in vertaling ook zijn dienst bewijzen.

4. Zijn er andere voorbeelden van aannemelijkheid?

Kortom: in kwesties rond houtstook is een meer empirische aanpak gewenst. Via dossiervorming dienen psychisch onbehagen, vrijheidsaantasting én daadwerkelijke schade aan goed en gezondheid bij de stookgedupeerde als vermeend direct gevolg van houtstook enkel en alleen (zéér) aannemelijk te worden gemaakt. Van rechtspraak op basis van aannemelijkheid zijn in ons land goede voorbeelden. Bijvoorbeeld als het gaat om werknemers die gezondheidsschade en/of lichamelijk cq geestelijke klachten opliepen tijdens hun werk. De meest sprekende voorbeelden van de laatste jaren zijn wel mensen die met asbest werkten én de bagage-stouwers op Schiphol.

Over juridische procedures op basis van aannemelijkheid in arbeidsrechterlijke kwesties staat op de website van Raaf Advocaten te lezen: “De werknemer moet bewijzen dat hij werkzaamheden heeft moeten verrichten onder omstandigheden die schadelijk kunnen zijn voor zijn gezondheid en aannemelijk maken dat hij lijdt aan gezondheidsklachten die daardoor kunnen zijn veroorzaakt. Als de werknemer daarin slaagt, dan wordt het oorzakelijk verband tussen de gezondheidsklachten en de werkzaamheden voorshands aangenomen, tenzij de werkgever bewijst dat hij al die maatregelen heeft getroffen die redelijkerwijs nodig waren om de schade van de werknemer te voorkomen.”

In dit geval kan het woord ‘werkgever’ worden vervangen door ‘stoker’, en voor ‘werknemer’ kun je ‘stookgedupeerde’ lezen. Gezien het ontbreken van een veilige ondergrens van schade door houtstook, moet een stoker wel van heel goede huize komen om het aannemelijke onaannemelijk te maken.

Foto: Shutterstock, tekst: Ubel Zuiderveld