Home » Voorlichting » Wetenschappers over houtstook

Wetenschappers over houtstook

wetenschap1000 shutterstock_368080166

Wereldwijd wordt op steeds grotere schaal onderzoek gedaan naar de effecten van houtstook in de woonomgeving. Vaak is het onderdeel van algemene studies naar luchtvervuiling. Maar er zijn daarnaast ook steeds meer wetenschappers en organisaties die data produceren specifiek over de houtkachels, haarden en andere stookinstallaties bij mensen thuis. 

 

Wetenschappelijke inzichten over houtstook:

 

1. 900 tot 2700 houtstookdoden | De gezondheidseffecten van fijnstof door alle vormen van houtstook worden sterk onderschat, zeker ook de gevolgen voor de stoker zelf. Een eerste, voorlopige inschatting is dat het stoken van hout jaarlijks leidt tot 900 à 2700 voortijdige sterfgevallen in Nederland. De emissies van houtstook in de Nederlandse emissieregistratie lijken sterk onderschat te worden.

Bron: De Keerzijde van Houtstook in Open Haarden en Kachels, Lars Hein, professor Ecosystem Services and Environmental Change, Wageningen 2018.

 

2. Een mix van chemische stoffen | “Houtrook bestaat uit een mix van chemische stoffen. Naast CO2 en water bevat houtrook voornamelijk fijn stof (PM10 en PM2,5), anorganische gassen zoals koolmonoxide (CO) en stikstofoxiden (NO), vluchtige organische stoffen (VOS; onder andere benzeen, styreen, 1,3 butadieen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s; onder andere benzo(a)pyreen), aldehyden, fenolen en quinonen (onder andere formaldehyde) en organische zuren.

Bij gebruik van open haarden maar ook bij houtkachels komt een deel van de verbrandingsrook direct terecht in het binnenmilieu. Het grootste deel zal via de schoorsteen in de omgeving worden uitgestoten. Door ventilatie en infiltratie van de buitenlucht komt hiervan een deel weer binnenshuis terug.”

Bron: Gevolgen van houtstook voor het binnenmilieu: een verkenning van de literatuur, RIVM 2018.

 

3. Rook keert terug in woningen | “Getaxeerd wordt dat 70 procent van alle rook die uit een schoorsteen komt, nadien weer kan binnenkomen in het huis waar de rook vandaan komt of een huis in de buurt.”

Bron: Wood Smoke Awareness Kit. Fast facts. United States Environmentol Protection Agency US EPA, 2017.

 

4. Enkele uren stoken al schadelijk | “Toxicologisch onderzoek laat zien dat fijnstof van houtrook even schadelijk of soms schadelijker is dan fijnstof van andere bronnen. Ook bevat houtrook verscheidene stoffen die kanker kunnen verwekken. Onderzoek met vrijwilligers die in experimenten enkele uren zijn blootgesteld aan houtrook, toont aan dat dit kan leiden tot gezondheidsschade.”

Bron: Overlast door houtrook; onderzoek naar het meten van fijn stof als hulpmiddel bij het beoordelen van klachten over houtstook, GGD Groningen in samenwerking met GGD Drenthe en GGD Fryslan, 2015.

 

5. Stoken schadelijker dan (mee)roken | “Houtstook produceert meer fijnstofvervuiling dan sigarettenrook. Onderzoekers van EPA taxeren dat de kans op het ontwikkelen van kanker 12 keer groter is bij houtrook dan bij een vergelijkbare hoeveelheid tabaksrook. Gevaarlijke vrije radicalen in houtrook zijn chemisch gezien 40 keer langer actief dan sigarettenrook; houtrook heeft dus veel langer de tijd om het lichaam te schaden. EPA taxeert dat een open haard met 5 kilo hout in een uur 4300 keer zoveel kankerverwekkende, polyaromatische en koolwaterstoffen voortbrengt dan 30 sigaretten.”

Bron: Families for Clean Air, Wood Smoke vs Cigarette Smoke

 

6. Infecties bij zuigelingen en kinderen | “Net als meeroken bij tabak, veroorzaakt houtstook talrijke gezondheidsproblemen bij zuigelingen en kinderen, zoals vaker optredende en ernstiger aanvallen astma, infecties aan de luchtwegen, oorontsteking en wiegendood.”

Bron: Health Effects of Secondhand Smoke, Centers for Disease Control and Prevention, 2017.

 

7. Vrouwen lopen meer risico | “Vrouwen en rokers die worden blootgesteld aan houtrook, zijn vatbaarder voor COPD; het risico is om deze ziekte te ontwikkelen neemt significant toe. Recente studies tonen toenemende aantallen van longkanker bij mensen die nooit rookte, in het bijzonder onder vrouwen.”

Bron: The Harmful Effects of Wood Smoke and the Growth of Recreational Wood Burning, Environment & Human Health Inc, 2018.

 

8. Kanker, hartfalen, diabetes | “Een analyse van zeven epidemiologische studies toonde aan dat dat Noord-Amerikanen en Europeanen die thuis overwegend hout stoken een groter risico lopen op het ontwikkelen van longkanker.”

“Het inademen van rook van houtstookinstallaties kan aanvallen van astma veroorzaken en andere aandoening aan de luchtwegen en ademhaling.”

“Fijnstof die vrijkomt bij houtstook verhoogt het risico op hartaanvallen, beroertes, hartaandoeningen en hartfalen door verstoppingen. Talrijke epidemilogische en observerende studies toonden effecten aan van fijnstof op het cardiovasculaire systemen van mensen. The American Heart Association waarschuwt dat zelfs kortstondige blootstelling aan fijnstof PM2.5 (een paar uur per week) cardiovasculaire aandoeningen kan uitlokken.”

“Een studie bij dieren wees uit dat blootstelling aan de fijnstof PM2.5 het gehalte glucose in het bloed doet stijgen. Dierproeven tone naan dat ere een link tussen PM (fijnstof) en diabetes.”

Bron: The Harmful Effects of Wood Smoke and the Growth of Recreational Wood Burning, Environment & Human Health Inc, 2018.

 

9. 61.000 doden jaarlijks | “Het stoken van hout en kolen gaat, afgezien van fijnstof als PM2.5, gepaard met de uitstoot van kankerverwekkende bestanddelen. Elk jaar sterven 61.000 mensen in Europa vroegtijdig aan luchtvervuiling die het gevolg is van huishoudelijke verwarming met hout en kolen.”

Bron: World Health Organization WHO, Residential Heating with Wood and Coal, 2015.

 

10. 1,5 miljoen stookdoden wereldwijd | “Ruim drie miljard mensen stoken in hun huizen wereldwijd nog hout, mest en kolen. De vervuiling binnenshuis die hiervan het gevolg is, veroorzaakt jaarlijks 1,5 miljoen doden; vooral kinderen en hun moeders. Miljoenen lijden elk dag; ze hebben moeite met ademhalen, prikkende ogen en chronische problemen aan de luchtwegen.”

Bron: World Health Organization WHO, Fuel for Life, 2016.

 

Tekst: Luchtfonds, Ubel Zuiderveld, foto: Shutterstock